Er zijn te weinig onderzoeken gedaan naar sport en ontwikkeling en veel is onvoldoende onderzocht. (Collard, Boutkan, Grimberg, Lucassen, & Breedveld, 2014). Er weinig onderzoek gedaan naar kwetsbare jongeren die gaan sporten (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017) ook al zijn er wel programma’s vanuit gemeentes om dit te stimuleren, zo ook bij de gemeente Zwolle (Jansen, 2017). Deze programma’s zijn dus niet bewezen effectief voor deze doelgroep.

“Sport en bewegen is voor de meeste kinderen en jongeren leuk om te doen en levert een belangrijke bijdrage aan de motorische, sociale en cognitieve ontwikkeling en de gezondheid van kinderen en jongeren.” (Collard, Boutkan, Grimberg, Lucassen, & Breedveld, 2014).

Het is bewezen dat wanneer er onvoldoende wordt bewogen je een grotere kans hebt op angststoornissen en depressies (Collard, Boutkan, Grimberg, Lucassen, & Breedveld, 2014). Kinderen die sporten hebben ook meer zelfcontrole en gevoel voor sociale normen dan jongeren die niet sporten (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017)

Vroeg geleerd is oud gedaan, dit geldt voor sporten, als kinderen vroeger veel hebben gesport doen ze dat vaker ook op oudere leeftijd.  (https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/sport-en-bewegen/jeugd-en-sport/) wanneer er meer op school word gesport heeft dit geen negatief effect op andere vakken ook al worden deze minder gedaan (Collard, Boutkan, Grimberg, Lucassen, & Breedveld, 2014). De Nederlandse regering vind dat sport meer is. Zo brengt het ontspanning, ontmoeting, competitie en ontlading, ook voel je, je doorgaans fitter. (Collard, Boutkan, Grimberg, Lucassen, & Breedveld, 2014)

Overgewicht.

Kinderen tussen de 4 en 17 jaar zouden tenminste 1 uur matig intensief lichamelijke activiteiten moeten doen. (beweging, 2016). Van de 12 – 16 jarige beweegt 28,2% van de jongeren voldoende en bij de 16-20 jarige is dat 37% (beweging, 2016). In het algeheel is er een dalende trend in de hoeveelheid beweging door jongeren en sporten jongens meer dan meisjes (beweging, 2016)

Wel is het zo dat kinderobesitas een groot probleem is. Zo 13,6% van de kinderen tussen 4-17 jaar heeft overgewicht, waarvan 2,7 procent obesitas heeft. (Kinderen met overgewicht en obesitas, 2016). Deze cijfers zijn gestegen tussen 2015 en 2016 (overgewicht cijfers, 2017). Meisjes zijn over het algemeen zwaarder dan jongens (Kinderen met overgewicht en obesitas, 2016). Op latere leeftijd brengt overgewicht gezondheidsrisico’s met zich mee (overgewicht). Ook zijn kinderen in de groei waardoor er andere waarde van overgewicht en obesitas zijn dan voor volwassenen. (overgewicht) (overgewicht cijfers, 2017). De kosten voor overgewicht zijn groot voor de Nederlandse overheid, ze werken minderen, leven korter en ze moeten meer gebruik maken van gezondheidszorg. (Panhuis, Luijben, & Hoogenveen, 2012) 3, 2 miljard euro koste dit alleen al in 2013. (Collard, Boutkan, Grimberg, Lucassen, & Breedveld, 2014) preventie is van groot belang (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Stimuleren van buitenspel zou helpen bij het bestrijden van overgewicht (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Het kan zo zijn dat kinderen met overgewicht door een verminderd zelfbeeld minder willen sporten (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Het is ook niet zo dat elke vorm van sport tot gewichtsverlies leid  (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Voor kinderen die obese waren is dagelijks 90 minuten matig intensieve beweging nodig en dat is dus meer dan normaal (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Er zijn meerdere sportieve programma’s ontwikkeld om obesitas en overgewicht aan te pakken bij jongeren (sport en beweegaanpakken voor jeugd met overgewicht, 2017). Alleen sport is vaak niet voldoende om overgewicht aan te pakken (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing).  Sport is voor kinderen belangrijk voor Kinderen die motorisch minder handig of te zwaar zijn, kunnen ook een sociaal probleem hebben, omdat ze een lagere status hebben, vooral bij schoolgaande kinderen is dat het geval. (tieleman, 2016)

Neurologische waarde van sporten

Veel onderzoeken wijst uit dat de doorbloeding van de hersenen, een verhoogde aanmaak van zenuwcellen, meer verbindingen tussen zenuwcellen(synapsen zijn plastischer, wat leren mogelijk maakt)  het effect is van sporten op de hersenen (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Sporten zorgt ervoor dat het centraal zenuwstelsel actiever word, wat in verband staat met betere aandacht en zo dus het leren faciliteert (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing).  Sport zorgt voor welbevinden en het geleerde wordt ook beter opgeslagen. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

Dopamine en adrenaline lijkt een belangrijke rol te spelen tussen lichaamsbeweging en leerprestaties (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Het trainen van bewegingsvaardigheden kan ook een bijdrage leveren aan cognitieve vaardigheden (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing) Vooral voor het negende jaar lijkt het brein gevoelig te zijn voor motorisch leren. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing) Sporten stimuleert flexibiliteit en planmatigheid(executieve functies). (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing) Vooral wanneer er cognitieve functies ook worden gestimuleerd heeft een sterke invloed op de executieve functie (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

“Executief functioneren ontwikkelt zich tijdens de kindertijd en adolescentie en is afhankelijk van een neuronaal circuit in de prefrontale cortex” (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

Sporttalenten hebben een betere ontwikkelde executieve functies, dit zie je onder andere bij sporttalenten die effectiever leren (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing).

Kinderen met betere bewegingsvaardigheden hebben ook betere schoolvaardigheden en kinderen in speciaal basisonderwijs profiteren zelfs extra van goede bewegingsvaardigheden” (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

Door bewegingsvaardigheden te verbeteren, vooral in combinatie met cognitieve vaardigheden kun je de leervaardigheden positief beïnvloeden (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Ze hebben dit onderzocht bij kinderen met een minder ontwikkelde executieve functies (zoals adhd) en vooral op jonge leeftijd kun je de achterstand verkleinen. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

In de klas kan extra lichamelijke activiteit tot beter gedrag leiden, ook docenten ervaren dat (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

“concludeert in zijn review dat kinderen een vergrote leerbaarheid hebben, beter opletten in de klas en zich beter kunnen concentreren, nadat zij lichamelijk actief zijn geweest.” (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

Fitheid en motorische ontwikkeling.

Kinderen die fit zijn scoren beter op taal en reken testen, maar er werd op korte termijn geen effect gemeten wanneer kinderen fitter werden. Op langere termijn werd dit wel gevonden, het lastige is dat hierbij geen rekening gehouden met andere factoren. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Het lijkt erop dat sport en bewegingsinterventies een effect heeft op het fitheidsniveau van kinderen, dit is afhankelijk van intensiteit, frequentie, duur en type activiteit, dit was al meetbaar na 14 weken. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing).    

Motorische vaardigheden worden geoefend tijdens sport en verbeteren. De duur van de interventie maakt niet veel uit in het verbeteren van motorische vaardigheden en er zijn aanwijzingen dat kinderen die voor hun 7e jaar motorische voorsprong hadden deze vasthouden. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing).

Sociale invloed van sport

 “concluderen op basis van een aantal studies die zijn gedaan naar de effecten van fysieke activiteit op sociale ontwikkeling, dat sport en bewegen in het algemeen goede mogelijkheden biedt om positieve sociale interacties te bevorderen. Echter, de effecten treden niet automatisch op en het gedrag van kinderen kan soms ook verslechteren (bijv. in negatief of agressief gedrag)” (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

positieve interacties en sport op het juiste niveau aanbieden, is erg belangrijk. De georganiseerde jeugdsport kan een substantieel invloed hebben op gedrag (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing).

Hiervoor is het van belang of kinderen van sport houden en/of goed kunnen.
kinderen die sport leuk vinden en goed kunnen, denken vaak positiever over zichzelf en hebben meer zelfvertrouwen, wat het academisch succes beïnvloed. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). 

“Een opvatting is dat zelfvertrouwen een determinant is van de motivatie van kinderen, doorzettingsvermogen en academisch succes” (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing).

Kinderen die niet goed zijn in sport kunnen juist een aversie ontwikkelen tegen sport en hebben juist een lager zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde. Voor positieve ervaringen met sport is het belangrijk dat: positieve ervaringen krijgt, er plezier is, en betrokkenheid van alle deelnemers (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Sport op school heeft als voordeel dat het minder gericht is op prestatie en meer op sociale vaardigheden daarnaast moet/doet iedereen mee. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing). Niet de kwantiteit maar vooral de kwaliteit blijkt van belang te zijn voor het succes op het ontwikkelen van sociale vaardigheden in bewegingsonderwijs en sportverenigingen.

Er zijn verschillende methodes gericht om via sport sociaal/emotionele achterstanden in te halen. Playing for Success  is er eentje. Bij deze methode wordt de nadruk gelegd op eigenwaarde, zelfvertrouwen, motivatie en samenwerking. Na de training was er op korte termijn een verbetering op de prestaties en houding, ook namen de school resultaten toe (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing).

Een andere methode is Goal en is ontworpen om persoonlijke controle over het leven te krijgen. Bij deze methode ging het vooral om het stellen van doelen en het blijkt te werken. Super is een andere sport gerelateerde methode en ook blijkt effectief te zijn. Bij zowel Goal als super werden hun sportvaardigheden verbeterd en leerde ze ook hun life skills verbeteren, waardoor ze beter met complexe situaties in het leven om kunnen gaan. (Bulk-Bunschoten, Renders, Leerdam, & Hirasing)

Speciaal onderwijs.

Kinderen die betere bewegingsvaardigheden hebben zijn vaker lid van een sportvereniging en zijn over het algemeen fitter. (Visscher, Hartman, & Elferink-Gemser, 2011)

Kinderen die minder vaardig zijn kunnen op oudere leeftijd steeds moeilijker meekomen met sport (Visscher, Hartman, & Elferink-Gemser, 2011). Kinderen met een beperking in en speciaal onderwijs ondervinden hierin vaak hinder. Ze hebben vaak problemen met de grove en fijne motoriek, ook zijn ze minder actief (Visscher, Hartman, & Elferink-Gemser, 2011).

“Kinderen met leerproblemen in het speciaal basisonderwijs die minder goed scoren dan hun klasgenoten op testen waarmee de verplaats- en balvaardigheden worden gemeten, blijken ook minder goed in staat om een neuropsychologische taak, waarmee planning en probleemoplossend vermogen wordt gemeten, succesvol uit te voeren” (Visscher, Hartman, & Elferink-Gemser, 2011)

De achterstand met leeftijdsgenootjes valt (gedeeltelijk) in te halen door specifieke trainingen. (Visscher, Hartman, & Elferink-Gemser, 2011)

Jeugdzorg en sport

Er is weinig onderzoek gedaan naar het effect van sport in de jeugdzorg maar het idee is dat ze zich positief kunnen ontwikkelen en vaardigheden kunnen opdoen die later in het leven van pas komt (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017).

In de jeugdzorg heb je te maken met een kwetsbare doelgroep. De balans tussen positieve en negatieve ervaringen is fragiel en is afhankelijk van zijn eigen sociale vaardigheden, de mate waarin het zijn vaardigheden kan verbeteren en het vertrouwen dat het tijdens het sporten heeft. Met eventuele ondersteuning door leeftijdsgenoten of de coach (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017). Als jongeren in de jeugdzorg gaan sporten lijkt uit onderzoek te blijken dat de cognitieve vaardigheden zoals zelfregulatie en sociale vaardigheden en in mindere mate de emotionele vaardigheden verbetert. (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017).

Kwetsbare jongeren die sporten zijn pro-socialer, presteren beter op school, voelen zich gezonder en gaan beter om met problemen en tegenslag. (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017)

Sport heeft verschillende betekenissen voor kwetsbare jongeren. Het kan een veilige thuishaven zijn, een instrument, een plek om te leren, en als leidraad in het leven. (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017) Maar het kan ook negatief zijn voor kwetsbare kinderen, als ze dezelfde problemen tegen komen als in het dagelijks leven (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017).

 De sportcoach blijkt een cruciale rol te spelen, of het wel of niet een positieve ervaring wordt. De coach moet de volgende dingen doen: Inzetten op betekenisvol sporten, Begrijpelijk vertellen en hanteerbaar. (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017). De jongere binden aan de sportclub is ook helpend leven (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017). Net zoals het opdoen van positieve ervaringen en dat betekent niet dat ze perse wedstrijden hoeven te winnen maar persoonlijke ontwikkeling is vaak meer dan voldoende (Hermen, Super, & Verkooijen, 2017). 

Bibliografie

beweging. (2016, juni 30). Opgehaald van nederlands jeugdinstituut : https://www.nji.nl/nl/Databank/Cijfers-over-Jeugd-en-Opvoeding/Cijfers-per-onderwerp/Cijfers-per-onderwerp-Beweging

Bulk-Bunschoten, A., Renders, C., Leerdam, F. v., & Hirasing, R. (sd). overbruggingsplan voor kinderen met overgewicht. Opgehaald van vu: http://dare.ubvu.vu.nl/bitstream/handle/1871/47993/190018.pdf?sequence=1

Collard, D., Boutkan, S., Grimberg, L., Lucassen, J., & Breedveld, K. (2014, november). effecten van sport en bewegen op de basisschool . Opgehaald van kennisbank sport en bewegen: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=3678&m=1422883370&action=file.download

Hermen, N., Super, S., & Verkooijen, K. (2017). onderzoek Jeugd, zorg en sport. Opgehaald van WUR: https://www.wur.nl/upload_mm/8/c/3/e90aaa9c-aed0-4317-9a4d-594d1f8b2dbe_Brochure%20Jeugd%2C%20Zorg%20en%20Sport%20-%20FINAL.PDF

https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/sport-en-bewegen/jeugd-en-sport/. (sd). Jeugd en sport. Opgehaald van ZonMw: https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/sport-en-bewegen/jeugd-en-sport/

Jansen, A. (2017, februari 15). AANMELDEN “SPORT EN JEUGDHULP IN ONTWIKKELING”. Opgehaald van sportservice zwolle: http://sportservicezwolle.nl/agenda/event/6088/

Kinderen met overgewicht en obesitas. (2016). Opgehaald van volksgezondheidenzorg: https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/huidige-situatie#node-overgewicht-kinderen

overgewicht. (sd). Opgehaald van voedingscentrum: http://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/overgewicht.aspx

overgewicht cijfers. (2017, mei 2). Opgehaald van Nederlands Jeugdinstituut: https://www.nji.nl/Overgewicht-Probleemschets-Cijfers

Panhuis, M. i., Luijben, G., & Hoogenveen, R. (2012, december 12). zorgkosten van ongezond gedrag. Opgehaald van volksgezonheidszorg: https://www.volksgezondheidenzorg.info/sites/default/files/rapport_kvz_2012_2_zorgkosten_van_ongezondgedrag.pdf

sport en beweegaanpakken voor jeugd met overgewicht. (2017, september 18). Opgehaald van alles over sport: https://www.allesoversport.nl/artikel/sport-en-beweegaanpakken-voor-jeugd-met-overgewicht/

tieleman, m. (2016). levensfasen. Boom .

Visscher, P. C., Hartman, D. E., & Elferink-Gemser, D. M. (2011). fit vaardig en verstandig. Opgehaald van kennisbank sport en bewegen: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=1888&m=1422882972&action=file.download

Laat een reactie achter