Waarom is buiten spelen goed.

 “Intuïtief weten mensen dat een natuurrijke omgeving van belang is voor hun gezondheid. Een bezoek aan de natuur geeft mensen een gezond en ontspannen gevoel”. (Janke Wesselius, 2015)

De afgelopen jaren is er onderzoek gedaan naar de relatie tussen natuur en gezondheid. Uit deze onderzoeken blijkt dat natuur een positief effect heeft op de gezondheid van vooral ouderen en kinderen. (Janke Wesselius, 2015) Er is onderzoek gedaan waaruit blijkt dat kinderen die opgroeien met weinig groen in de omgeving zes keer zo vaak last hebben van depressies en angststoornissen dan kinderen in een groenrijke omgeving. (Janke Wesselius, 2015) Er is ook aangetoond dat van de kinderen die wonen in een natuurrijke postcode, 18% minder overgewicht heeft. (Janke Wesselius, 2015)

Bij Buitenspelen wordt  de totale ontwikkeling van het kind gestimuleerd: sociaal, cognitief en motorisch. Hoe uitdagender de omgeving, hoe meer kinderen leren. (jantje beton over te weinig speelplaatsen). Het is onderzocht dat kinderen die buitenspelen meer zelfvertrouwen hebben en beter tegen stressvolle gebeurtenissen kunnen. (Janke Wesselius, 2015)

Kinderen kunnen zich buiten lang concentreren, want de natuur is veelvormig, dynamisch en onvoorspelbaar en er valt dus altijd iets nieuws te ontdekken. Het kind speelt met de omgeving wat een bepaalde reactie uitlokt. Dit zie je bij kinderen die heel erg lang bezig kunnen zijn met het bouwen van een dam. (Janke Wesselius, 2015)

De natuurervaringen zijn fysiek en je ervaart het meteen met je zintuigen. Het is dus niet alleen maar praten of denken maar je voelt het van top tot teen. (Janke Wesselius, 2015)

Dit zorgt ervoor dat je direct de aandacht op je lichaam richt. Kinderen krijgen hierdoor ervaringen met doorzettingsvermogen, overwinnen en vindingrijkheid (Janke Wesselius, 2015). Veel dingen die in de natuur te vinden zijn, hebben geen functie maar worden bedacht, waardoor kinderen verder gaan in hun fantasiespel. (Janke Wesselius, 2015) Een zorgelijk feit is dat kinderen steeds minder zelfstandig mogen buitenspelen. Dit zorgt ervoor dat kinderen de grenzen minder goed kunnen opzoeken. Een van de oorzaken is de verstedelijking. (Peggy Timmermans, 2013). De weinige momenten waarop kinderen nog helemaal vrij kunnen spelen is op het schoolplein in de pauzes, maar deze pauzes worden steeds korter. (Jarvis, 2006)

“Er zijn ook steeds meer kinderen met gedrags- en concentratieproblemen. 3-5% van de kinderen in Nederland heeft de diagnose ADHD en het aantal recepten uitgeschreven tegen ADHD is in de afgelopen jaren sterk gestegen”(Janke Wesselius, 2015).

Adhd-symptomen kunnen afnemen wanneer kinderen meer buitenspelen en leren veelzijdig te bewegen.  (Janke Wesselius, 2015)

Kinderen zitten steeds meer binnen achter de televisie of spelcomputer (Janke Wesselius, 2015) en hierdoor staat de gezondheid van kinderen onder druk. In 2010 voldeed minder dan de helft van de kinderen aan de beweegnormen (Janke Wesselius, 2015). Het gevolg hiervan kan zijn dat ze een beperkte motorische ontwikkeling krijgen, want hier hiervoor moeten kinderen veel en gevarieerd kunnen bewegen. Op de basisscholen is dit nu een trend.

Sport is voor kinderen belangrijk voor het krijgen van een status binnen de groep. Kinderen die motorisch minder handig zijn, kunnen zo dus ook een sociaal probleem krijgen. Dit is vooral bij schoolgaande kinderen het geval. (tieleman, 2016)

Hoe vaak spelen ze buiten?

In vergelijking met tien jaar geleden spelen kinderen minder buiten. (Dide van Berkel, 2015) “Digitalisering is er volgens bijna alle ouders de belangrijkste oorzaak van dat kinderen niet buitenspelen” (94%) . Dit concludeert de DSP groep op basis van onderzoek onder ouders van scouts.” (Dide van Berkel, 2015)

74% van de kinderen speelt regelmatig buiten, ook vindt 74% van de leerlingen het erg leuk en doet dat liever dan binnenspelen. (Janke Wesselius, 2015)

Jongens spelen over het algemeen meer buiten dan meisjes (Peggy Timmermans, 2013). 68% van de kinderen speelt heel vaak buiten. (Janke Wesselius, 2015) 22% van de kinderen speelt niet of een keer in de week buiten. (onderzoek buitenspelen 2013, 2013) een vijfde van de kinderen geeft aan meer buiten te willen spelen, dan dat ze nu doen. (Peggy Timmermans, 2013)

Wat doen kinderen het liefste buiten.

Qua omgeving vinden kinderen het leukste om in de natuur te spelen. Op de laatste plaats staat een hangplek voor jongeren/ontmoetingsplek. Oudere kinderen (9-12 jaar) vinden het leuker om in een minder ingerichte speelomgeving te spelen en zo zelf het spel te kunnen bepalen. (Peggy Timmermans, 2013) Oudere kinderen vinden de plaatselijke speelplekken saai. 75% van de kinderen zegt dat wanneer het spannender en uitdagender is, zou het nog leuker zijn (Peggy Timmermans, 2013).

De favoriete activiteiten zijn:

  1. Fietsen
  2. Klimmen en klauteren
  3. Zelfverzonnen spelletjes
  4. Tenten of hutten bouwen
  5. Verstoppertje spelen
  6. Schommelen
  7. Skaten/skeeleren
  8. Voetballen
  9. Stoepkrijten
  10. Wave-boarden/skateboarden
  11. Chillen/rondhangen
  12. touwtje spirngen.

(Peggy Timmermans, 2013)

Er zijn grote verschillen tussen jongens en meisjes. Zo vinden meisjes springtouwen veel leuker dan jongens. (Peggy Timmermans, 2013).

Bibliografie

Dide van Berkel, E. L. (2015). De waarde van buitenspelen . Amsterdam: DSP Groep.

Janke Wesselius, J. M. (2015). Leerkracht van schoolpleinen. Opgehaald van Jantje Beton: https://www.jantjebeton.nl/wp-content/uploads/downloads/2015/04/leerkracht-van-schoolpleinen.pdf

Jarvis, P. (2006, July 10). “Rough and Tumble” Play: Lessons in Life. Opgehaald van SAGE journals: http://journals.sagepub.com/doi/pdf/10.1177/147470490600400128

onderzoek buitenspelen 2013. (2013, maart). Opgehaald van Jantje beton: https://www.jantjebeton.nl/…/Factsheet-onderzoek-Buitenspelen-2013-TNS-NIPO.pdf

Peggy Timmermans, W. M. (2013). onderzoek buitenspelen. Opgehaald van Jantje Beton: file:///C:/Users/GEBRUIKER/Downloads/Onderzoek-Buitenspelen-2013-TNS-NIPO.pdf

tieleman, m. (2016). levensfasen. Boom .

Laat een reactie achter