Lichtverstandelijke beperking wordt ook vaak lvb genoemd. Bij de dsm iv, heb je een  lichtverstandelijke beperking als je iq tussen de 50 en 70 hebt, maar in Nederland is het heel gebruikelijk als je een iq hebt tussen de 70 en 85 te spreken over een licht verstandelijke beperking, wanneer er problemen zijn met het sociaal aanpassingsvermogen. (Zoon, Kenmerken en oorzaken van een licht verstandelijke beperking, 2013) (Zoon, Wat werkt bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking?, 2015).

Lichtverstandelijke beperking is een ernstige beperking die de totale ontwikkeling beïnvloed (Zoon, Kenmerken en oorzaken van een licht verstandelijke beperking, 2013).

Een gedeelte van de mensen met lvb kunnen goed mee komen in deze maatschappij (Zoon, Kenmerken en oorzaken van een licht verstandelijke beperking, 2013), maar een gedeelte van de mensen heeft specifieke hulp nodig en hierin is de afgelopen jaren meer onderzoek naar gedaan (Zoon, Wat werkt bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking?, 2015).

Werkgeheugen

Kinderen en jeugdigen met een licht verstandelijke beperking hebben een vertraagde ontwikkeling van het werkgeheugen. Het werkgeheugen helpt bij het gelijktijdig opslaan en bewerken van informatie (Zoon, Kenmerken en oorzaken van een licht verstandelijke beperking, 2013). Door het beperkte werkgeheugen hebben ze een beperkte ontwikkeling van executieve functies (Zoon, Kenmerken en oorzaken van een licht verstandelijke beperking, 2013). Ook de woordenschat en het taalgebruik blijft achter bij de normale ontwikkeling van het kind (Zoon, Wat werkt bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking?, 2015).

Er is we een grote verscheidenheid bij jongeren met lvb en daarom wordt er aangeraden om een goede diagnostiek, omdat ze vaak overschat worden in wat ze kunnen (Zoon, Wat werkt bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking?, 2015). Daarbij moeten ze ook kijken wat het sociaal emotionele niveau van de cliënt is en kijken welke rol zijn lvb op zijn gedragsproblematiek heeft (Zoon, Wat werkt bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking?, 2015). Vaak blijft de emotionele ontwikkeling hangen op die van het schoolkind (Zoon, Kenmerken en oorzaken van een licht verstandelijke beperking, 2013).

Sociaal

Jongeren met een lichtverstandelijke beperking hebben meestal moeite in het sociale verkeer. Door hun beperkte woordenschat begrijpen ze minder goed wat anderen bedoelen en de lvb’er  heeft minder taal tot hun beschikking. Hierdoor uiten jeugdigen met een lichtverstandelijke beperking hun emoties op een primaire manier en kunnen hun emoties minder goed uiten.

Ook stagneert de emotionele ontwikkeling wat het nog moeilijker maakt om juist te reageren. Zo ook sociaalemotionele vaardigheden die pas op latere leeftijd worden ontwikkeld zoals empathie, geweten en seksualiteit blijven achter en hierdoor kunnen ze soms op een verkeerde manier reageren. Het geweten van een jeugdigen met een lichtverstandelijke beperking wordt niet helemaal ontwikkeld en daardoor weet het dus ook minder goed wat goed of fout is. 

De sociale informatieverwerking bij mensen met een lichtverstandelijke beperking is afwijkend in vergelijking met mensen zonder lvb. Zij reageren anders op mogelijke problematische situaties, die dat helemaal niet hoeven te zijn. Ze letten meer op letterlijk gesproken informatie en negatieve informatie, daarnaast hebben ze minder assertieve oplossingsvaardigheden en vertonen daardoor vaker agressief of passief gedrag.

Mensen met een lichtverstandelijke beperking hebben vaak negatieve ervaringen in het sociale verkeer, waardoor ze meestal een laagzelfbeeld en weinig zelfvertrouwen hebben. Dit kan komen doordat ze afwijkende informatieverwerking hebben, die er voor zorgt da ze op een verkeerde manier reageren, wat dan weer een negatieve ervaring veroorzaakt in het sociale verkeer.

Mensen met een lichtverstandelijke beperking zijn oververtegenwoordigd in de gevangenissen. Veel risicofactoren zijn vaak aanwezig bij jeugdigen met een lichtverstandelijke beperking. Tegelijkertijd hebben jongeren me een lichtverstandelijke beperking een verhoogd risico om slachtoffer te worden van loverboys, omdat ze gemakkelijk over te halen zijn, waardoor ze soms ook voor drugskoerier gebruikt worden.

Naast dat ze veel risicofactoren hebben, hebben ze ook minder beschermende factoren zoals een hechte band met anderen en het hebben van morele waarden en normen die door de maatschappij geaccepteerd worden.

Voor deze tekst heb ik gebruik gemaakt van de volgende bron: (Zoon, Kenmerken en oorzaken van een licht verstandelijke beperking, 2013)

Begeleiding

Jeugdigen met een lichtverstandelijke beperking hebben vaak een beperkt sociaal netwerk. De omgeving (ouders, leerkrachten en verzorgers) hebben vaak onvoldoende inzicht in de problematiek en ontoereikende opvoedvaardigheden. Er is onderzocht dat het helpt om deze omgeving te trainen en te behandelen en dat daardoor de problematiek afneemt. Dit doen ze onder anderen bij cognitieve gedragstherapie,    

Bij jeugdigen met een licht verstandelijke beperking helpt de reguliere psychosociale behandeling minder goed, dan jeugdigen zonder een lichtverstandelijke beperking.

Jeugdigen met een lichtverstandelijke beperking hebben moeite met abstract denken en daardoor leren ze voornamelijk door concrete ervaringen, maar het is voor hen moeilijker om deze ervaringen te generaliseren in vergelijkbare situaties doordat hun metacognitieve vaardigheden minder goed zijn ontwikkeld.

Metacognitieve vaardigheden zijn vaardigheden om het eigen gedrag te evalueren. Mensen met een lichtverstandelijke beperking kunnen situaties minder goed terugkijken en daarop reflecteren. Vaak wordt het gevoel wat een jongeren heeft direct omgezet in een reactie zonder dat er wordt nagedacht wat de beste manier is.  Bij de begeleiding kan videofeedback een positieve bijdrage leveren.

Voor der rest zijn er de laatste jaren veel wetenschappelijke onderzoeken gedaan en is er een redelijke consensus over de manier waarop mensen met een lichtverstandelijke beperking begeleid of behandeld moet worden. Dit zijn:

  •  uitgebreide diagnostiek.
  • Afstemmen van de communicatie.
  • Concreet maken van de oefenstof.
  • Voor structureren en vereenvoudigen.
  • Netwerk en generalisatie.
  • Veilige en positieve leeromgeving.

Als bron voor dit stuk tekst heb ik gebruikt: (Zoon, Wat werkt bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking?, 2015)

Bibliografie

Zoon, M. (2013, Juli). Kenmerken en oorzaken van een licht verstandelijke beperking. Opgehaald van Nederlands jeugd instituut : https://www.nji.nl/nl/Download-NJi/(311053)-nji-dossierDownloads-LVB_Kenmerken_en_oorzaken.pdf

Zoon, M. (2015, december). Wat werkt bij jeugdigen met een lichte verstandelijke beperking? Opgehaald van Nederlands Jeugd instituut: http://nji.nl/nl/Download-NJi/Wat-werkt-publicatie/Watwerkt_LVB.pdf

Laat een reactie achter