Angst is een natuurlijke reactie als er gevaar dreigt en hierdoor ga je vluchten, vechten of bevriezen. De omgeving reageert op jouw angst en zo helpt het ook de omgeving, wanneer er echt gevaar dreigt. Angst op zichzelf is dus niet erg maar wel overmatige angst die niet in verhouding staat tot de oorzaak (Boer, 2011) en die het normaal functioneren negatief beïnvloed (angst en stemmingsproblemen, sd). Angststoornissen komen vaak voor bij andere stoornissen, maar wordt alleen gegeven wanneer het de hoofdreden van minder functioneren is (Boer, 2011). Angst en depressie worden vaak internaliserende problematiek genoemd (angst en stemmingsproblemen, sd) (Boer, 2011) en vallen daardoor minder op, wat een risicofactor is. (Boer, 2011)

Kinderen gaan anders om met angst dan volwassenen. Zodra kinderen op jonge leeftijd iets angstig meemaken, kijken ze eerst naar hun ouders of andere vertrouwenspersonen en op basis van hun reactie maken ze een inschatting of het gevaarlijk is ja of nee (Boer, 2011).   

In de hersenen

In de hersenen zit het vreessysteem en hierbij speelt de amandelkernen een cruciale rol. Bij een schrik reactie geeft de amandelkernen een signaal af aan de bijnieren. De bijnieren maken vervolgens adrenaline en cortisol aan en hierdoor wordt je hele lichaam in paraatheid gebracht (Boer, 2011) en bij angst neemt je linker hersenhelft de leiding (Bezem, 2017)

Door deze reacties wordt je spijsvertering op een lager pitje gezet en je kunt de neiging hebben om je ontlasting te laten lopen omdat dit alleen maar extra ballast is (Boer, 2011) 

Je hele lichaam zal in paraatheid zijn gebracht en is toegespitst op twee dingen: wat is er aan de hand? Hoe kan ik wegkomen als dat nodig is? Op dit moment word er een keuze gemaakt tussen fight of flight en een derde mogelijkheid is freeze (Boer, 2011). Het vreessysteem word ook bij sommige mensen sneller geactiveerd, dan bij anderen en zijn daardoor sneller bang (Boer, 2011).

Sommige angsten zijn er bij iedereen, zoals: angst voor hoogte en angst voor voorwerpen die snel op je afkomen. (Boer, 2011)

Cijfers

20% van de bevolking krijgt ooit een angststoornis (angststoornissen, 2014). In 2013 is er een onderzoek gedaan onder jongeren tussen de leeftijd 12 en 20 jaar. Meiden hebben over het algemeen angstiger dan jongens (Boer, 2011) en (angst en stemmingsproblemen, sd).
Bij jongens hebben 9.1% van de jongeren het afgelopen jaar (2013) last gehad van angst klachten. Bij meiden was dat tussen de leeftijd 12 en 16 was dat 2.4 en bij 16 en 20 jaar was dat 15% (angst en stemmingsproblemen, sd).    

Hoe komen kinderen (en volwassenen) van hun angst af?

Van angsten afkomen doet ieder kind zelf met hulp van ouders, maar er zijn instant houdende factoren. Zo gaat een kind iets vermijden wat hij eng vindt en helpen ouders het kind daar (onbewust) mee. Ouders van bange kinderen reageren anders op het kind, gaan onbewust situaties uit de weg en zijn beschermender. (Boer, 2011)

De enige manier om te ontdekken dat een angst ongegrond is, is er aan bloot gesteld te worden (exposure). Doordat kinderen er vaker aan blootgesteld worden ontstaat er gewenning (habituatie), maar als er dan toch iets mis gaat ontstaat er sensitisering en zijn kinderen juist extra bang. Om deze reden zijn positieve ervaringen voor kinderen met angst problematiek ook zo belangrijk (Boer, 2011).

Kinderen leren met hun angst om te gaan door verschillende coping strategieën aan te leren en dat gebeurd alleen door exposure (Boer, 2011).

De enige uitzondering zijn trauma’s. Hierbij ontstaat juist sentisifering wanneer ze er opnieuw aan bloot gesteld worden (Boer, 2011).

Verschillende soorten angst

er zijn verschillende soorten faalangst. Deze zijn:

  • Separatieangst. Overdreven angst om gescheiden te worden van de thuissituatie.
  • Specifieke fobie: angst voor een specifiek iets. Ambulance bijvoorbeeld.
  • Gegeneraliseerde angststoornis: bang voor veel dingen en piekeren.
  • Sociale fobie: angst voor sociaal, eigen functioneren.
  • Faalangst: angst om te falen (dit kan motorisch, sociaal en cognitieve faalangst zijn)
  • Sociaal mutisme: alleen tegen bepaalde personen praten.
  • Dwangstoornis?: volgens sommige is dit ook een angststoornis.

Bron: (Boer, 2011)

Risico factoren van angst.

Bij angststoornissen zijn er vaak geen oorzaken te vinden, maar dat is ook niet nodig voor de behandeling van angst (Boer, 2011). 40% van de angststoornis is bepaald door de genen en 60% door unieke ervaringen (Boer, 2011).

Depressies komen veelvuldig voor bij mensen met angststoornissen, behalve als deze angst vermeden kan worden zonder ernstige consequenties (Boer, 2011).

Verlegenheid is een risicofactor voor angst want het zelfde hersensysteem is van kracht als bij angst. (Boer, 2011).

Angst komt in een kwart van de gevallen van ad(h)d voor, vooral bij de ADD’ers (Boer, 2011). Angst komt veelvuldig voor bij autisme (Boer, 2011).

In het lichaam
Risico factoren in het lichaam zijn er ook. Zo is een te snel werkende schildklier een risicofactor voor angst. Migraine, epilepsie en lood (komt minder voor doordat er geen lood houdende verf meer wordt gebruikt) zijn dat ook. Zelfs van sommige medicatie is bekend dat het een rol speelt bij het ontwikkelen van angst (Boer, 2011).  

 Andere gevoelens.

Andere gevoelens kunnen zich ook tentoon spreiden bij iemand die angstig is. Zo ligt angst en boosheid dicht bij elkaar (fight reactie) (Boer, 2011). Andere gevoelens zijn: schaamte, verdriet en teleurstellen van de omgeving (vooral in de adolescentie) (Boer, 2011). Bij sommige kinderen is emotieregulatie in zijn geheel verantwoordelijk voor overmatige angsten (Boer, 2011). 

teken van angst

De tekenen van angst zijn:

  • Vastklampen
  • Agressie
  • Overschreeuwen
  • Clownesk gedrag.
  • Angst afreageren
  • Slaapproblemen

Kinderen met angststoornissen vertonen vaak ook jonger gedrag. Een voorbeeld is dat ze weer in hun broek gaan plassen, van de angst (Boer, 2011). Vaak vragen de kinderen ook om hulp van hun broer(tjes), zus(jes) of hun ouders, waardoor ze iets wel durven (Boer, 2011). Ouders moeten vaak als geruststelling dienen voor het kind (Boer, 2011).

Misleid

Sommige kinderen kunnen hun angst heel erg goed verbergen en tonen ander probleem gedrag. De ouders en school richten zich dan vaak op dat probleem gedrag maar zien niet de angst die daaronder ligt (Boer, 2011). Voorbeelden zijn:

  • Schoolverzuim door angst (overvragen)
  • Schoolverzuim door separatie angst van ouders.

Hulp bij angst

Bij kinderen die angstig zijn helpt het om ze eraan bloot te stellen (exposure), maar vaak gebeurt dit niet, omdat de omgeving over beschermt is geworden en helpt te vermijden (Boer, 2011). Een moedig voorbeeld geven kan helpen om het kind minder bang te laten zijn (Boer, 2011). Er zijn veel verschillende vormen van hulp die geboden worden. Cognitieve gedragstherapie, psycho-educatie en stapsgewijze exposure zijn de meest gebruikte. Overige zijn:

  • Psychodynamische psychotherapie
  • Metalliserende bevorderende kindertherapie
  • Mindfulness
  • Emdr
  • Speltherapie
  • Gezinstherapie
  • Vaktherapieën

Bibliografie

angst en stemmingsproblemen. (sd). Opgehaald van Nederlands Jeugdinstituut: https://www.nji.nl/nl/Databank/Cijfers-over-Jeugd-en-Opvoeding/Cijfers-per-onderwerp-Angst–en-stemmingsproblemen

angststoornissen. (2014, juli 22). Opgehaald van psychische gezondheid: https://www.psychischegezondheid.nl/angststoornissen

Bezem, A. (2017, april 24). beelddenken en faalangst gaan vaak hand in hand. Opgehaald van beeld en brein: https://beeldenbrein.nl/beelddenken-en-faalangst-gaan-vaak-hand-in-hand/

Boer, F. (2011). Angst bij kinderen. houten: Uitgeverij lannoocampus.

Laat een reactie achter