Arbeidsparticipatie met een autisme spectrum stoornis is nog weinig onderzocht. Er zijn nog maar enkele onderzoeken verricht en hieruit is het nog niet mogelijk om alle factoren die mee spelen in kaart te brengen.

Wel is het duidelijk dat het erg slecht gesteld is met arbeidsparticipatie van mensen met ass op dit moment. Zo 30% van de mensen met autisme zit thuis zonder een enkele form van dagbesteding of werk. Dit was voor de transitie van de jeugdzorg, wmo en de wlz van de provincies naar de gemeentes. Het is een doelstelling geweest van de transitie om meer mensen te laten participeren en zodoende zou het zo moeten zijn dat dit aantal dalende is.

Uit onderzoek blijkt dat mensen met ass beter en langer blijven werken als er goede begeleiding aanwezig is, ook helpt het als de werkomgeving op de hoogte is van het autisme en hiermee rekening kan houden.

Voldoende rust blijkt erg belangrijk te zijn, het blijkt ook dat er dus goed gekeken moet worden hoeveel uur iemand zou kunnen werken, zonder overvraagt te worden. Helaas wordt dit nog weinig gedaan. Om re-integratie te laten slagen blijkt opbouwen en maatwerk crusiaal te zijn om optimaal te kunnen re-integreren. Daarnaast lijken slaapproblemen een groot gevaar te kunnen vormen voor het slagen van arbeidsparticipatie omdat dit de mogelijke rust en prikkelverwerking ernstig verstoren.

Een groot gedeelte van de wajongers met autisme geeft aan dat ze ontevreden zijn met het niveau en het werk zelf. Het netwerk van de client is erg belangrijk om een succesvolle keuze te kunnen maken die aansluit bij de interesses. Dit heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat mensen met autisme zichzelf hoger inschatten dan de omgeving. Het is nog niet duidelijk of dit is omdat het netwerk te negatief denkt of omdat de autisten zichzelf te hoog inschatten. Wel kwam naar voren dat het erg belangrijk is om het netwerk, zoals ouders te betrekken in het arbeidsparticipatieproces.

De redenen die deze mensen met ass aangaven was dat ze bleven werken waren vooral te danken aan de prettige contacten met collega’s, structuur, variatie, mogelijkheden tot parttime werk en begeleiding.

Voor mensen met autisme werkt het principe learning by doing het beste. Dit heeft er ook mee te maken dat de overgang van leren naar werk als lastig wordt ervaren, omdat het geleerde toe te passen in het werk zij lastiger vinden. Soms kan een combinatie van werk en leren de arbeidsparticipatie bevorderen.

Gevaren voor het slagen van arbeidsparticipatie zijn:

  • Een ernstige vorm van autisme
  • Belangrijke gebeurtenissen (verhuizing, uit huis plaatsing, voortijdig school verlaten, opname of detentie.
  • Medicijngebruik nu of in het verleden
  • Weinig werkplezier

Positieve factoren voor het slagen van arbeidsparticipatie:

  • Iemand heeft op het speciaal onderwijs gezeten. (vaak geen diploma en doen daardoor ongeschoold werk)
  • Niet te hoog iq.
  • Intensieve samenwerking.
  • “warme” overdracht (geen overdracht op papier).
  • Minder of geen slaapproblemen.
  • Hogere kwaliteit van leven ervaart.
  • Oordeelt dat het in staat is om zelfstandig te werken.
  • Weinig prikkelverwerkingsproblematiek.
  • Meer werkplezier.
  • Psychische problemen zoals depressie.
  • Een rare in het lijstje is: een lagere eigen effectiviteit. Met andere woorden ze hebben minder het gevoel om invloed op uit te oefenen op zijn of haar omgeving. Dit is exact het tegenovergestelde van wat wordt gezien bij mensen zonder autisme. Er is meer onderzoek nodig om antwoord te kunnen geven waarom dit zo is.
  • Hoger opgeleide ouders.
  • Iemand voelt zich fijn, hebben het gevoel meer aan te kunnen en hebben daardoor een verhoogde kans op arbeidsparticipatie. 

er  zou er het gehele arbeidsloopproces ondersteuning moeten zijn in de vorm van begeleiding op de werkvloer. Bij elke overgangssituatie is het belangrijk dat hier rekening mee wordt gehouden. Het duurt langer voordat iemand met autisme aan de nieuwe situatie gewend raakt en het zou daardoor soms zo kunnen zijn dat het raadzaam is om tijdelijk minder te werken. Daarnaast moet er regelmatig geëvalueerd worden of het huidige werkplaats nog voldoende uitdaging biedt.   

Bibliografie

Brouwer, S., Landsman, J., Engbers, C., Holten, L. v., Tan-Oen, A., Broeke, T. v., . . . hout, D. v. (2014, maart). akc onderzoekscahier 12. Opgehaald van arbeidsdeskundigen: https://www.arbeidsdeskundigen.nl/cms/files/2015-06/1435054412_akc-onderzoekscahier-12.pdf

Laat een reactie achter